naar de tempel gegaan. We moesten vroeg op want er ging maar een bus en die vertrok om 8 uur.
Bij deze temperaturen is het heerlijk om sochtends vroeg op te staan.
Het is dan nog niet zo warm, het licht heeft een rode gloed en overal
is al berijvigheid. Mensen op fietsen met zware boomstammen, vrouwen die lopen met
wel drie potten op het hoofd. Het lijkt wel of iedereen zijn plek gevonden wil hebben voor dat de
lome hitte van het middaguur hen overvalt en alle kleuren doet uitbleken.
Voor de bus stond al een rij met mensen te wachten. Toeristen potsierlijk uitgedost met
stooie hoeden en bermuda's waar behaarde knokkelige knieen onder uit komen.
De plaatstelijk bevolking had zich wat bescheiden opgesteld.
De bus kwam aangereden en de toeristen drongen als eersten de bus in.
We reden de stad uit en langzaam aan werd de weg steeds slechter. De vering had het hard te verduren,
de bankjes piepten gevaardlijk mee en de buschaffeur trok zich nergens wat van aan,
en gaf nog wat extra gas.
Af en toe werd er luid getoeterd, het volgende moment maakten
we een zieperd naar links en reden we met een wiel naast de weg. De chaffeur was bezig
een vrachtwagen in te halen. De dikke dieseldampen drongen de bus binnen.
Langzaam schoven de spijlen van de vrachtauto langs onze raampjes.
Opgelucht werd er weer ademgehaald als
de bus weer met alle wielen op de weg was terug gekomen. In de verte waren de blauwe contouren
van de bergen te zien. Plot-